Marc Fransen

Tot in den Draai

Vertelselkes over Antwerpen in een wereldtaal

19,50

Gratis verzending in België & Nederland tijdens de feestmaand
Koop dit item en ontvang 19 Punten - met een waarde van 0,48
Hoeveelheid Prijs
1 - 9 19,50
10 - 24 18,00
25 - 49 16,50
50 - 99 15,00
100 - 249 13,50
250+ 11,50
x

De as waarrond de wereld draait, loopt los door ’t Stad. Voor elke Antwerpenaar is dat een feit. Wie niet het voorrecht heeft als sinjoor geboren te zijn, beschouwt dit als dikke-nek-chauvinisme. Zij dwalen! Onze kijk op ’t Stad is gestoeld op een gerechtvaardigd zelfbewustzijn. Er is maar één ding dat Antwerpenaren in hun grootsheid beperkt: ‘Het is toch zoe spijtig da wij gien dialekt hemme!’

Het lees- en luisterboek Tot in den Draai is een verzameling van grappige, weemoedige en vertederende ‘vertelselkes over ongs moeilijk lief’. In tekst én gesproken woord (in onze wereldtaal) onthullen ze de zalige ziel van de Antwerpenaar.

Met een woord vooraf van Sven De Ridder.

ISBN: 9789464369854 Categorie: Tags: , , , , Verschijningsdatum: 1 december 2022Aantal pagina's: 128p

Marc Fransen

Marc Fransen (1954) was leraar Nederlands en Engels aan een Antwerpse middelbare school. Als anker van ATV informeerde hij de Antwerpenaren dagelijks over het wel en wee van hun stad, die hij ook bezingt met de Antwerpse groep De Grungblavers. Op Radio Minerva heeft hij een column over 'ongs Stad'.
Meer over Marc Fransen

De verhaaltjes van Marc leggen de ziel van de Antwerpenaar bloot. Grappig, kritisch en weemoedig… en vooral in zijn onweerstaanbare moedertaal. — Bieke Ilegems, presentatrice ATV

Als Marc op ATV over ’t Stad vertelde, was dat altijd met een warm randje. Eindelijk mag hij het nu in een wereldtaal doen. Nog warmer. — Guillaume Van der Stighelen, ex-marketeer, volbloed Antwerpenaar

Van foorwijven en foorapen

Als de Sinksenfoor naar ’t Stad komt, dan trekken de Antwerpenaren er massaal naartoe. Waar die foor ook staat! Want in de loop van de jaren moest die af en toe wel verhuizen: van aan de Geuzenhofkes, ter hoogte van de huidige Rooseveltplaats op de Leien, naar het Zuid en tegenwoordig op Spoor Oost. En als er iets na aan het hart ligt bij een Antwerpenaar, heeft hij er zijn eigen taaltje voor. En dat is niet altijd even complimenteus.
*
* *
Wa ne mengs toch allemol meemokt tegenwoordig. Na moest die Sinksenfoor wer weg. Ja, een paar jaar geleje wilden ze iniens da die nie meer oep de Gedempte Zuiderdokken zou ston… en na moet’m weg van Park Spoor Oost! Ok, deize kier is’t mor vor een jorreke zenneuh dattem daar nie mag staan… volgend jaar tegen Sinksen mag’m t’rugkomen.
Da’s nogal ne kaarremis met die foor hé: hij stotter… hij stotter nie! Waaroem mag die na nie ‘n hiel jaar in ’t Stad blaave ston?
Misschien heitta te maken mè ongs taalgebruik als ‘t over ne kaarremis go. Want wij zeggen eigelijk niet ‘kaarremis’… wij zeggen ‘foor’. En woorden mè foor in… da zijn nie de schoonste woorden.
Sinds de Clement Peerens Explosition weten we da een ‘foorwijf’ ten ierste al lelijk is, maar da’s z’oek nor kiekensoep riekt en dat die de seksappeal hei van ne pot confituur. En dan die foor in combinatie met het woord wijf… oek nie echt iet om nor uit te zien, want volgens Katastroof hedde daar niks aanders dan last mee. 
En ne gast die nie goe just is… die noemen wij ‘ne fooraap’… en geft na toe, d’r zijn wij in ongs stad goe mè gezegend. Nee, neen, nee, ik gon na ier gien namen noeme, mor d’r zen d’r hier wel een pak die nen toer teveul oep de peerdemolen hemmen gezeten.
Na, da van die foorwijven… da’s overdreven. Hedde golle die maskes die achter die krommekes op de foor ston al ‘s goe bekeken? Die zijn nie allien vriendelijk, maar ook goe gedraaid van oeren en poeten. Da zijn schoon mokkes! En ge wet, als er mokkes langs de Grote Markt flaneren dan sta zelfs Brabo op zijne sokkel d’r nor te fluiten. Als da tegenwoordig nog mag natuurlijk. 
Och… Misschien is ’t nog wel goe da die foor maar iene keer per jaar nor ’t stad mag komen, dan hemme we tenminste toch iet om nor uit te kijken. En dan kommet in ’t Stad toch voor minstens één meungd nog allemol goe. 
Allez… tot in den draai hé… ge wet wel… die van de peirdemolen. 

Aantwaarps klappe… nie simpel zenneuh!

Er zijn heel wat varianten van wat sommigen het Antwerps dialect noemen. Wij weten dat het een wereldtaal is. En de wereld is groot, dus regionale variaties zijn niet uit te sluiten. De eigengereidheid van de Antwerpenaar zorgt ook voor puur persoonlijke variaties. Zo zegt de ene ‘hij durreft nie’ en de andere ‘hij daareft nie’… als hij of zij iets niet durft. Bijvoorbeeld over een ‘sloot’ springen… en dan maken ze over dat woord ook nog wat vriendelijke ambras. 
*
* * 
Wa ne mengs allemol meemokt tegenwoordig en waar dattem allemol over twijfelt. Zelfs over d’ uitspraak van soemmige woorden in een wereldtaal. Ja, ja ‘k emmet over ongs Aantwaarps. 
Over hiel de wereld verston z’ons wel als wij Aantwaarps klappen, maar simpel is ongs toal nie, zenneuh.
Ge kunnet oek nie echt neerschrijven ook nie. Het Aantwaarps hei zoveul schoon klaanke en is zo rijk, da ze letters te keurt komen in ’t alfabet. Wie dat die abc hei uitgevonden, da moet ne simpele gewest zijn. Van de Limburg of zo.
Allez pakt na. As g’in ’t ABN zegt: ‘Ik geef een roosje aan Roosje.’ Ja, echt duidelijk is da nie: roosje … roosje, wie is ’t bloemeke en wie is ’t maske? In ’t Aantwaarps is da: Ik geef een roezeke aan RoazekeOe… oa.
Roezeke is’t bloemeke … Roazeke is’t maske. Verschil moet er zijn!
Overlest haddek een discussie over de Nederlandse zin: ‘De kikkers springen over de sloot’… Stoemme zin, ‘k weet ’t… want ’t en ierste zeggen wij kikveus of peut tegen da watter over springt… over die sloot… mor springen ze na in ’t Aantwaarps over de sloat of over de sloet?
Discussie mannekes, nie te doen! D’n iene zei dat ’t sloat moet zijn… den andere zei da ’t sloet is. Mor ge zegt toch oek nie… ik lig me man zatte botte in de goet… nee, d’r ligde me in de goat. En tussen Schoeten en schoaten is er een verschil en tussen koelen en koalen oek.  Ne voagel is toch oek giene voegel…   ja,ja … roed is roed en doed is doed… nen echte regel is er precies nie… Mor oem te wete of het sloat of sloet is, moette goe Aantwaarps kennen…  en dan wette daddet sloat moet zijn… en nie aanders.
Na, ache na per fors sloet wilt zeggen… doe mor oep… zoe belangrijk is da ook nie: sloaten of sloeten… kust allemol man kloate… euh, ja.
’t Is in ieder geval sloaten… of een gracht… da’s gemakkelijker. En zo komt alles nog goe.
Allez tot in den droei… euh.. tot in den draai hé. 
Ne mengs zou on alles twijfelen!

In de media

GVA 2/12/22